-
Słownictwo
- schoenlepel, schoenhoorn
- Stockholm
- incluis, inclusief, inbegrepen
- ontwikkeling, eliminatie
- Ingoesj
- gebeuren, aan de hand zijn
- beeldhouwen, uithakken, uithouwen
- communisme
- aan boord gaan, scheep gaan
- innig, hartelijk
- roeiboot
- afgrazen
- golf, golfspel
- kwartier, schijngestalte, fase
- vereenvoudigen, simplificeren
- zwavelig, zwavel-
- reis, tocht, toer, trip
- opgang, trap
- beoordelen, oordelen, berechten
- Schotland
- Koerdistan
- goed, nu goed
- muizeval
- kruiwagen
- academie, universiteit
- lettergreep, syllabe
- afschuwelijk, afgrijselijk
- rekenkunde, cijferkunst, cijferen
- morsig, vuil, vies, smerig, onrein
- barst
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
lijntje, koord, snoer, koorde, lijn (nl.)
rope (en.)
categorie (nl.) - category (en.)
mijnwerker (nl.) - miner (en.)
heden, vandaag (nl.) - to-day (en.)
behandelen, cureren (nl.) - treat (en.)
opsturen, sturen, doen toekomen (nl.) - transmit (en.)
beneden, daarbeneden, onder (nl.) - below (en.)
aluminium (nl.) - aluminium (en.)
Prometheus (nl.) - Prometheus (en.)
betuigen, verzekeren (nl.) - certify (en.)
economisch (nl.) - economical (en.)