-
Słownictwo
- schild, rugschild, schaal
- knipogen, knipperen, pinken
- mest
- behandelen, cureren
- Oostindische kers
- slijm
- minuscuul, dwergachtig
- paren
- stipt, nauwsluitend, streng, nauw
- bezoeken, geregeld bezoeken
- gunning, aanbesteding
- te weten, namelijk, in naam
- sterk, intens, fel, intensief
- Pegasus
- erkentelijkheid, dankbaarheid
- krijt
- moes, pap, brij
- aanaarden
- aankleden, omkleden, kleden, bekleden
- importeren, invoeren
- belemmeren, afsluiten, afdammen
- rosbief
- vlot
- taxi
- web, spinrag, spinneweb, rag
- radeloos, wanhopig
- rechtszaal
- ontwikkeling, evolutie
- fotografische plaat, plaat
- inschikkelijk, handelbaar
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
paniek (nl.)
panic (en.)
Pinksterfeest, Pinksteren (nl.) - Pentecost (en.)
enthousiast, uitbundig, geestdriftig (nl.) - enthusiastic (en.)
bewegingloos, traag, energieloos (nl.) - inert (en.)
vloeistof (nl.) - liquid (en.)
mytholoog (nl.) - mythologist (en.)
selderie, selderij (nl.) - celery (en.)
duivels, duivelachtig, drommels (nl.) - diabolical (en.)
weerkunde, meteorologie (nl.) - meteorology (en.)
betrekking, omgang, verband (nl.) - relation (en.)
adept, aanhanger, beoefenaar (nl.) - adept (en.)