-
Słownictwo
- atoom-, atomair
- versieren
- deporteren
- ongekunsteld, onnozel, argeloos, naïef
- bijvrouw
- Leviet
- opgesmukt
- geruit, geblokt
- sprinkhaan
- verzekeren, beweren
- Gotenburg
- drukknoop
- knapperig, croquant
- beetwortel, kroot, biet, mangelwortel
- marmeren, aderen
- Tasjkent
- dauw
- rotbeest, mormel
- rechter-, vandehands
- kegel
- doen schrikken, schrik aanjagen
- prostituée, lichtekooi, hoer
- lekker, aanlokkelijk
- Hardegarijp
- Elzas-Lotharingen
- lever
- nagemaakt
- pion
- Korea
- reactie
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
instorten, ineenstorten, uiteenvallen (nl.)
collapse (en.)
doel, plan, bedoeling, strekking (nl.) - meaning (en.)
verkiezen, begeren, trek hebben in (nl.) - wish (en.)
gastheer (nl.) - host (en.)
inspecteur (nl.) - inspector (en.)
maas, breisteek, steek, strik (nl.) - mesh (en.)
eredienst, dienst, godsdienstoefening (nl.) - service (en.)
reservoir, vergaarbak (nl.) - tank (en.)
belang inboezemen, interesseren (nl.) - interest (en.)
koelkast, koelcel (nl.) - refrigerator (en.)
gewaad, kledingstuk (nl.) - garment (en.)