-
Słownictwo
- gil, schreeuw, krijs
- Transsylvanië
- smokkelaar, sluikhandelaar
- kerel, persoon, sujet, knul, snuiter
- boren
- picknicken
- flink, braaf, eerlijk, dapper, ferm
- demon, duivel
- puzzel, raadsel
- pruik
- cafetaria
- mopperaar, brombeer, kniesoor
- Mesozoïcum
- de hele ... door
- lijnolie
- mast
- sterkte
- gebochelde, bultenaar
- bekwaamheid, kundigheid
- vriendelijk, beminnelijk, aardig
- Saksisch
- antwoorden, antwoorden op
- subsidiair, plaatsvervangend
- intellect, verstand, geest
- moderniseren
- fout, onjuist, verkeerd, foutief
- staf, stok
- hertog
- frivoliteit
- snob
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
voorzitter, praeses, preses, president (nl.)
chairman (en.)
kurk (nl.) - cork (en.)
fabriek (nl.) - factory (en.)
groente (nl.) - vegetable (en.)
betwistbaar, aanvechtbaar (nl.) - debatable (en.)
Drieëenheid (nl.) - Trinity (en.)
Jersey (nl.) - Jersey (en.)
Friesland (nl.) - Friesland (en.)
dromer, mijmeraar (nl.) - dreamer (en.)
kriebelen, krieuwelen, jeuken (nl.) - itch (en.)
bende, troep, schare (nl.) - gang (en.)